De Chorakerk is een kleine kerk, maar het is zo'n mooie plek. De hele omgeving is perfect. Als ik er kom, drink ik altijd een lekker kopje thee op het pleintje voor de kerk.
Afgelopen zondag had ik echt zin om iets anders te doen dan op de bank hangen en een film kijken met het gezin. Dus besloten we samen met mijn familie naar de St. Saviour Chora-kerk in de buurt van Edirnekapı te gaan. Şira is misschien nog wat jong voor een bezoek aan zo’n museum, maar mijn motto is dat als je op jonge leeftijd tentoonstellingen en musea gaat bezoeken, je later gewend raakt en, naar ik hoop, zelfs graag naar zulke plekken gaat.
De Chorakerk is een kleine kerk, maar het is zo'n mooie plek. De hele omgeving is perfect. Als ik er kom, drink ik altijd een lekker kopje thee op het pleintje voor de kerk. Je ziet alle toeristen komen en gaan, de meesten vergezeld door een gids die een paraplu hoog boven zijn hoofd houdt, zodat niemand van de kudde zichzelf plotseling zonder de groep aantreft. De grootste angst voor een toerist is om gescheiden te raken van de groep, vooral in een junglestad als Istanbul. Als ze verdwalen, krijgen ze opeens met zoveel dingen tegelijk te maken:
– Het beruchte verkeer. Voor toeristen is dit een echte nachtmerrie: hoe je de straat oversteekt zonder aangereden te worden door een auto of motor.
– De straatverkopers. Omdat ze de taal niet kennen, begrijpen mensen niet wat de man van hen wil. Vaak probeert hij alleen maar hallo te zeggen, soms probeert hij iets te verkopen.
– Hoe je de groep weer kunt vinden, want Istanbul is groot, heel groot.
Wat je dus ziet is een groep die als kudde schapen probeert in dezelfde omgeving van hun herder te blijven. Dat is waar de kleurrijke paraplu goed van pas komt. Het kijken naar deze activiteiten geeft mij veel plezier en ik kan uren zitten kijken. Natuurlijk is het leuk om ook nog wat te eten voordat je de kerk bezoekt, en zittend op het gezellige pleintje omringd door de oude gebouwen kun je altijd wel een plekje in de schaduw vinden. Grote oude bomen geven dit plein een nog nostalgischere sensatie.

Een museumkaart kopen
Als je toevallig in Turkije woont, zou ik je zeker aanraden een museumkaart te kopen. Met deze kaart kun je de meeste musea in Turkije gratis bezoeken. Ik heb geluk, zwaaien met mijn perskaart is meestal al voldoende, maar hoe stom was ik deze keer – ik vergat mijn kaart, dus Gonca moest ook een kaartje voor mij kopen.
Voordat je het museum binnengaat, moet je eerst rond de kerk lopen en dit is geweldig om te doen. Het mooie tuintje biedt een prachtig uitzicht over een deel van de wijk Fatih en veel mensen gebruiken deze plek om een kleine snack te nuttigen terwijl ze genieten van het uitzicht op de indrukwekkende kerk. De kerk is helemaal niet groot, maar als je van buitenaf kijkt, zie je alleen maar massieve muren, zo dik dat ze talloze aardbevingen hebben kunnen weerstaan. Onder de indruk van die stevige buitenmuren betreed je uiteindelijk (als je haast hebt niet meer dan een minuut) het museum. Het betreden van de kerk kan in het begin wat lastig zijn omdat veel mensen overweldigd worden door hun eerste indruk van de talrijke fresco's en mozaïeken en daardoor de ingang blokkeren en allemaal naar het plafond staren.
Het leukste aan een bezoek aan de Chorakerk zijn voor mij de toeristen. Ze gaan allemaal naar boven met in de ene hand een apparaatje dat alles uitlegt over de mozaïeken, en in de andere hand een camera of mobiele telefoon. In kleine groepjes – bedenk dat we allemaal schapen zijn – lopen ze door de kerk en zijn onder de indruk van het kleurrijke en perfecte handwerk van de meesters die al die kunstwerken hebben gemaakt.
Şira rende ondertussen door de kerk alsof ze meedeed aan de Eurazië-marathon; zingend en roepend voor mij toen ze iets nieuws ontdekte. Het is grappig – over het algemeen voel ik me erg beschaamd, maar hier voelde ik me niet zo slecht. Na een tijdje nam ik haar mee naar buiten waar ze wat katjes had gezien, en terwijl ik in de tuin zat konden Gonca en mijn zus en zwager genieten van de schoonheid van de kerk.

Ottomaans eten
Om in de sfeer van de “goede oude tijd” te blijven gingen we naar Asitane, een restaurant van mijn vriend Batur. Het ligt op 50 meter afstand van het Chora-museum en serveert traditionele Ottomaanse gerechten. Batur begroette me hartelijk en kwam met een verrassing. Wanneer er een speciale dag is zoals Ramazan of Kurban Bayram (het Offerfeest) serveert hij een speciaal menu. Deze keer bood hij me een speciaal Kurban Bayram-menu aan.
Dit menu werd in 1650 door Mehmet IV geserveerd in het Topkapi-paleis aan de grootviziers. Een bezoek aan het Topkapi Paleis op zich geeft je wel een indruk van de ongelooflijk rijke levensstijl van de verschillende sultans, maar hoeveel dichter kun je komen om jezelf een Sultan te voelen door zijn eten te eten? Nou, ik kan het je vertellen. Die middag voelde ik mij Sultan Wilco I. Ik at twaalf verschillende gerechten, geserveerd in dezelfde volgorde als hoe de Sultan en zijn Viziers het aten. Het was een perfecte afsluiting van een perfecte dag die ik je van harte kan aanbevelen – als je ooit gasten hebt, doe dan wat ik deed. Ze zullen het nooit vergeten.
(Voor origineel verhaal http://www.hurriyetdailynews.com/a-visit-to-edirnekapi-for-a-pleasant-weekend.aspx?pageID=238&nID=34557&NewsCatID=379)
Gerapporteerd door Hürriyet Daily News)



